**1..** De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden
voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter
van de commissie:
artikel 2:1, tweede lid;
artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een
termijn;
artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft
tijdens de behandeling door de commissie;
artikel 7:4, tweede lid;
artikel 7:6, vierde lid.
**2..** De bevoegdheden van de voorzitter zoals genoemd in het eerste lid en de
artikelen 8, 12 derde lid, en 14 kunnen, ingeval het horen met
toepassing van artikel 7:13, derde lid van de Awb geschiedt door één lid
van de commissie, door dat lid worden uitgeoefend.