Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2

Inperking en uitsluitingen

Onderdeel van Verordening individuele maatschappelijke ondersteuning gemeente Bergen 2008

2.1.. Een voorziening wordt slechts toegekend voorzover deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt. 2.2.. Geen voorziening wordt toegekend: indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk is; indien de aanvrager niet woonachtig is in de gemeente Bergen; indien de noodzaak voor de voorziening het gevolg is van een eigen keuze in het gebruik, het aanpassen of het onderhoud van de woning; voor zover er aan de zijde van de aanvrager geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd; voorzover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de aanvrager voorafgaand aan het moment van beschikken heeft gemaakt en die tot gevolg hebben dat het college niet meer kan achterhalen of een voorziening noodzakelijk, adequaat en passend is; indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder krachtens deze, dan wel krachtens de aan deze verordening voorafgaande Verordening voorzieningen gehandicapten is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of versterkte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen.

Rechtspraak bij dit artikel