Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Ontslag en non-activiteit

Onderdeel van Verordening rekenkamercommissie Sint-Michielsgestel

1.. De raad ontslaat de leden en plaatsvervangende leden of stelt hen op non-activiteit. 2.. Het lidmaatschap van een raadslid eindigt: op eigen verzoek; indien het lid aftreedt als lid van de raad; indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer geschikt is de functie van de rekenkamercommissie te vervullen; 3.. Het lidmaatschap van de externe voorzitter eindigt: op eigen verzoek; bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met voorzitter-/lidmaatschap van de rekenkamercommissie; wanneer de voorzitter bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; indien de voorzitter bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld; indien de voorzitter naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in de voorzitter gestelde vertrouwen; indien de rekenkamercommissie op basis van het gestelde in deze verordening ophoudt te bestaan door een raadsbesluit tot intrekking van deze verordening wegens deelname aan een regionale rekenkamer of ander regionaal samenwerkingsverband, openbaar lichaam of rechtspersoon voor het uitoefenen van de rekenkamerfunctie. De voorzitter van de rekenkamercommissie kan eveneens door de raad worden ontslagen: a. bij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn om de functie te vervullen; b. bij handelen in strijdt met het gestelde in artikel 5a en 5b van deze verordening. De non-activiteit eindigt van rechtswege zodra de grond voor de maatregel is vervallen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel