Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Beëindiginggronden

Onderdeel van Beleidsregels schuldhulpverlening Wijchen 2013

Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien: de schuldenaar niet langer voldoet aan het bepaalde onder artikel 2, dan wel indien één van de factoren genoemd onder artikel 3 lid 2 onder a tot en met f een rol speelt; het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond; de schuldenaar zijn beschikbare aflossingscapaciteit of vermogen niet wil gebruiken voor de aflossing van zijn schulden; op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan betrokkene is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen; de schuldenaar zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt; de schuldenaar in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren; de geboden dienstverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, niet (langer) passend is; schuldeiser(s) hun medewerking weigeren aan een minnelijke schuldregeling; de schuldenaar failliet verklaard wordt; de voorwaarden uit de schuldregelingsovereenkomst niet zijn nagekomen. de schuldenaar fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en schuldenaar in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd. de schuldenaar nieuwe schulden is aangegaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel