In deze verordening wordt verstaan onder:
markt: de door het college ingevolge artikel 160, eerste lid aanhef en onder h van de Gemeentewet ingestelde warenmarkt, die op de daartoe vastgestelde dag, tijd en plaats wordt gehouden;
staanplaatshouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend op gedurende markt een staanplaats te bezetten;
staanplaats: het voor de duur van een markt door het college aan de vergunninghouder toegewezen deel van het marktterrein, bestemd voor de uitoefening van de markthandel;
standwerkersplaats: een staanplaats die per marktdag door het college ter beschikking wordt gesteld om te standwerken;
marktmeester: de ambtenaar die als zodanig is aangewezen door het college, die belast is met de zorg voor het ordelijke verloop van de markten en de naleving van de bepalingen van deze verordening;
college: het college van burgemeester en wethouders van Tilburg;