In de maatregelverordening zijn voor allerlei gedragingen die een schending van een verplichting betekenen, standaardmaatregelen vastgesteld in de vorm van een vaste (percentuele) verlaging van de bijstandsnorm.
Los daarvan vloeit uit het maatwerkkarakter van de bijstand voort dat het college een op te leggen maatregel dient af te stemmen op de individuele omstandigheden van de belanghebbende en de mate van verwijtbaarheid. Deze bepaling brengt met zich mee dat het college bij elke op te leggen maatregel zal moeten nagaan of gelet op de individuele omstandigheden van de betrokken uitkeringsgerechtigde(n) afwijking van de hoogte en de duur van de voorgeschreven standaardmaatregel geboden is. Afwijking van de standaardmaatregel kan zowel een verzwaring als een matiging betekenen.
Dit betekent dat het college bij het beoordelen of een maatregel moet worden opgelegd, en zo ja welke, telkens de volgende drie stappen moet doorlopen:
stap 1: vaststellen van de ernst van de gedraging;
stap 2: vaststellen van de verwijtbaarheid;
stap 3: vaststellen van de omstandigheden van de uitkeringsgerechtigde.
De ernst van de gedraging (stap 1) komt tot uitdrukking in het standaardpercentage waarmee de bijstand wordt verlaagd. Wat betreft de beoordeling van de mate van verwijtbaarheid (stap 2) wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 5. Een aanleiding voor matiging van de opgelegde maatregel wegens dringende redenen kan gelegen zijn in persoonlijke omstandigheden (stap 3) die niets te maken hebben met de verwijtbare gedraging op zich, maar die een rol spelen op het moment van het opleggen van de maatregel. Bijvoorbeeld in de volgende gevallen kan dit aan de orde zijn:
bijzondere financiële omstandigheden van de belanghebbende zoals bijvoorbeeld hoge woonlasten of andere vaste lasten of uitgaven van bijzondere aard waarvoor geen financiële tegemoetkoming mogelijk is;
sociale omstandigheden;
bij een opeenstapeling van maatregelen: de zwaarte van het geheel van maatregelen is niet evenredig aan de ernst van de gedraging en de mate van verwijtbaarheid.