**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 2, tweede lid, wordt voor de gedragingen, bedoeld in artikel 7 de hoogte van de maatregel als volgt vastgesteld:
**a..** 10% van de bijstandsnorm bij gedragingen van de eerste categorie;
**b..** 20% van de bijstandsnorm bij gedragingen van de tweede categorie;
**c..** 50% van de bijstandsnorm bij gedragingen van de derde categorie;
**d..** 100% van de bijstandsnorm bij gedragingen van de vierde categorie.
**2..** Een maatregel als bedoeld in het vorige lid onder d wordt aan een belanghebbende met een lopende uitkering pas opgelegd wanneerin een periode van twee jaar voorafgaand aan de maatregelwaardige gedraging eerder een maatregel is opgelegd voor een gedraging van de derde of vierde categorie zoals bedoeld in artikel 7.