Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Voorwaarden

Onderdeel van Verordening maatschappelijke participatie 2012-A

1. Uitsluitend een belanghebbende zoals bedoeld in artikel 35 lid 5 WWB, die gedurende tenminste 12 maanden een in aanmerking te nemen inkomen heeft van ten hoogste een inkomen zoals bepaald in artikel 35 lid 9 WWB, komt in aanmerking voor categoriale bijzondere bijstand op grond van deze verordening. 2. De draagkrachtregels uit inkomen en vermogen zijn op deze verordening van toepassing. 3. Uitsluitend kosten voor sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve activiteiten in verband met ‘maatschappelijke participatie’ zoals bedoeld in artikel 2 komen in aanmerking voor categoriale bijzondere bijstand op grond van deze verordening. 4. Belanghebbenden die voor een kind in aanmerking komen voor een vergoeding op grond van de  verordening maatschappelijke participatie 2012, komen voor dit kind niet in aanmerking voor de regeling deelname maatschappelijke verkeer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel