1. De langdurigheidstoeslag bedraagt per kalenderjaar:
a. voor een gezin € 522,00,
b. voor een alleenstaande ouder € 468,00 en
c. voor een alleenstaande € 366,00.
2. Indien één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op
langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de
wet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een
langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of
alleenstaande ouder zou gelden.
3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de
peildatum bepalend.
4. De in het eerste lid genoemde bedragen worden met ingang van 1
januari 2013 jaarlijks aangepast met het indexeringspercentage voor
alimentaties, en afgerond op hele euro’s.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Hoogte van de Langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag 2012-A