1. De bijstandsnorm van de alleenstaande of alleenstaande ouder bedraagt:
1. minimaal de norm genoemd in artikel 21, sub a of artikel 21 sub b van
de wet.
2. maximaal de norm genoemd in artikel 21,sub a of artikel 21 sub b van
de wet, verhoogd met de maximale toeslag van artikel 25, lid 2 van de
wet.
2. De bijstandsnorm voor gehuwden bedraagt:
1. minimaal de norm genoemd in artikel 21 sub c van de wet, verlaagd
met de maximale toeslag van artikel 25, lid 2 van de wet.
2. maximaal de norm genoemd in artikel 21 sub c van de wet.