**1..** De burgemeester kan aan degene die de openbare orde verstoort dan wel dreigt te verstoren, uit het oogpunt van het handhaven van de openbare orde een verbod opleggen zich te bevinden in een bij dat verbod aangewezen plaats of gebied, gedurende maximaal een maand.
**2..** Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het eerste lid.
**3..** Het in het eerste lid bedoelde verbod kan niet worden opgelegd dan wel is niet van toepassing indien degene tot wie het verbod is gericht:
op de plaats of in het gebied, blijkens opgave in het persoonsregister van de gemeente, woonachtig is;
aannemelijk maakt dat hij op de plaats of in het gebied werkzaam is;
zich in een middel van openbaar vervoer bevindt; of
anderszins aannemelijk maakt dat hij een zwaarwegend belang heeft zich op die plaats of in dat gebied op te houden.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 9
Artikel 2.9.1