Naar hoofdinhoud
1.. In deze afdeling wordt verstaan onder: pleziervaartuig: een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk is bestemd tot of wordt gebruikt voor recreatief verblijf dan wel voor het beoefenen van de watersport; bedrijfsvaartuig: een vaartuig, hoe ook genaamd en van welke aard ook, dat wordt gebruikt als of is bestemd tot opslagruimte en/of voor de uitoefening van enig bedrijf dan wel uitsluitend of hoofdzakelijk voor de uitoefening van enig beroep. stationerend vaartuig: een ander dan onder a en b bedoeld vaartuig, dat niet, althans niet in hoofdzaak voor de vaart wordt gebruikt; schipper: hij die de leiding heeft van c.q. het bevel voert over een vaartuig en degene die hem als zodanig vervangt. 2.. Onder pleziervaartuigen, bedrijfsvaartuigen of stationerende vaartuigen worden mede verstaan: vaartuigen, bedoeld in het eerste lid, onder a, b en c, die tijdelijk of blijvend de mogelijkheid en/of geschiktheid om te varen hebben verloren; de overblijfselen van de in het eerste lid, onder a, b en c bedoelde vaartuigen.

Rechtspraak bij dit artikel