Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 1

Artikel 2.3.1.2

Exploitatie openbare inrichting

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Nijkerk houdende regels omtrent openbare orde en veiligheid Algemene Plaatselijke Verordening Nijkerk 2003

1.. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2.. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. . In afwijking van het bepaalde in artikel 1.8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Bij de toepassing van deze weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met: het levensgedrag van de exploitant en de leidinggevende; en de wijze van bedrijfsuitvoering door de exploitant en de leidinggevende. 4. . Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; zorginstelling; museum; of bedrijfskantine of -restaurant. 5. . De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet, als: zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting; of de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in het tweede of derde lid of in artikel 1.8. 6. . De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a. 7. . Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning en de vrijstelling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel