Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Afdeling 4

Artikel 2.4.18

Verontreiniging door honden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Nijkerk 2003

1.. De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd voor het verkeer van voetgangers; op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak, speelweide of openbaar plantsoen; op een andere door het college aangewezen plaats. 2.. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid onder a niet geldt. 3.. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd. 4.. De eigenaar of houder van een hond is verplicht, indien hij zich met een hond op een plaats bevindt als bedoeld in het eerste lid, een deugdelijk middel – waaronder een schepje of zakje- bij zich te hebben dat geschikt is voor het verwijderen van uitwerpselen. 5.. De eigenaar of houder van een hond die zich met de hond op een plaats bevindt als bedoeld in het eerste lid, is verplicht het onder 4 vermelde deugdelijk middel op eerste vordering te laten zien aan de toezichthoudend ambtenaar. 6.. De geboden genoemd onder lid 1, 4 en 5 gelden niet voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden en de hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is of indien de eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot een geleidehond.

Rechtspraak bij dit artikel