Naar hoofdinhoud
1.. Voor de voorzitter en de (plaatsvervangend) leden van de commissie wordt door het college een rooster van aftreden vastgesteld. Aftredende (plaatsvervangende) leden kunnen terstond worden herbenoemd. 2.. (Plaatsvervangende) leden kunnen maximaal twee maal worden herbenoemd met dien verstande dat de zittingsduur van de voorzitter en de (plaatsvervangend) leden maximaal acht jaar is. 3.. De voorzitter en de (plaatsvervangend) leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. 4.. De aftredende voorzitter en de aftredende (plaatsvervangende) leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. 5.. De nieuwe (plaatsvervangende) leden treden in de plaats van de aftredende (plaatsvervangende) leden. 6.. Het college beslist in situaties waarin de verordening niet voorziet.

Rechtspraak bij dit artikel