Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 5.

Artikel 25.

Advisering

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Borger-Odoorn 2013

1. Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van het recht op de aangevraagde voorziening, degene door wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke zorg diens relevante huisgenoten: Op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen. Op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of onderzoeken. 2. Het college vraagt een door het college aangewezen adviesinstantie om advies indien: Het handelt om een aanvraag van een persoon die niet eerder een voorziening heeft gehad c.q. met wie niet eerder een gesprek als bedoeld in artikel 3 is gevoerd en het college op basis van het gesprek/onderzoek zich onvoldoende in staat acht om de aanvraag te beoordelen; Het handelt om een aanvraag van een persoon die wel eerder een voorziening heeft gehad of een gesprek zoals bedoeld in artikel 3 heeft gevoerd, maar waarvan de medische omstandigheden zodanig zijn veranderd dat die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van een voorziening of de soort van voorziening kunnen beïnvloeden en het college op basis van het eigen onderzoek zich onvoldoende in staat acht om de aanvraag te beoordelen; Het college dat overigens noodzakelijk acht voor de boordeling van de aanvraag. 3. Een aanvrager is verplicht aan het college of de door hen aangewezen adviesinstantie die gegevens te verschaffen of te doen verschaffen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag. 4. Bij de advisering zoals genoemd in het eerste lid wordt door de adviseur gebruik gemaakt van de systematiek zoals neergelegd in de International Classification of Functioning, Disability and Health, de zogenaamde ICF classificatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel