Een afdelingshoofd verleent bijstand, tenzij:
De griffie niet aannemelijk heeft gemaakt dat de
bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de
raad;
Dit het belang van de gemeente kan schaden;
De taakuitoefening van een betrokken ambtenaar hierdoor
aanmerkelijk zou worden belemmerd.
Indien een ambtenaar van oordeel is dat de door een raadslid
verlangde bijstand strijdigheid oplevert met één van de in het
eerste lid genoemde gronden of daaromtrent twijfelt, legt hij
dit ter beoordeling voor aan de griffier indien het een
ambtenaar betreft van de griffie, dan wel aan de secretaris
indien het een afdelingshoofd betref, die daarop beslist of de
bijstand op grond van het eerste lid moet worden geweigerd.
Indien de bijstand door de secretaris wordt geweigerd, dan deelt
de secretaris dat door tussenkomst van de griffier schriftelijk
met reden omkleed mee aan het raadslid dat het verzoek heeft
ingediend.
Indien de bijstand is afgewezen als bedoeld in het tweede lid
kan het verzoekende raadslid de afwijzing ter beoordeling
voorleggen aan de burgemeester, die daarop zo spoedig mogelijk
beslist.
Artikel 4
Afwijzing verzoek
Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Drimmelen 2005