**1..** Het is verboden om zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders het archeologische bodemarchief in archeologisch waardevol gebied 2, 3, 4 en 6 of 7 zoals aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart van de gemeente Zundert te verstoren, te beschadigen of te vernielen, als beschreven in artikel 2.2. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
**2..** Het verbod in lid 1 is niet van toepassing:
bij bodemingrepen voor werken of werkzaamheden die minder diep gaan dan 40 cm onder maaiveld met een omvang van minder dan 100m2 in archeologisch waardevol gebied 2 als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart van de gemeente Zundert;
bij bodemingrepen die minder diep gaan dan 50 cm onder maaiveld met een omvang van minder dan 100m2 in archeologisch waardevol gebied 3 als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart van de gemeente Zundert;
bij bodemingrepen die minder diep gaan dan 50 cm onder maaiveld met een omvang van minder dan 500m2 in archeologisch waardevol gebied 4 als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart van de gemeente Zundert;
bij bodemingrepen die minder diep gaan dan 50 cm onder maaiveld met een omvang van minder dan 5.000m2 in archeologisch waardevol gebied 5 als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart van de gemeente Zundert;
bij bodemingrepen die minder diep gaan dan 40 cm onder maaiveld met een omvang van minder dan 10.000m2 in archeologisch waardevol gebied 6 als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart van de gemeente Zundert;
bij mer-plichtige projecten en grotere RO-ontwikkelingen met een omvang van minder dan 50.000m2 in archeologisch waardevol gebied 7 als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart van de gemeente Zundert;
indien een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van de bevoegde overheid in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:
het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of
de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of
in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn;
indien kan worden aangetoond dat in het gebied reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachte archeologische vondstlaag.
**4..** Het verbod in lid 1 is ook niet van toepassing indien:
wordt gehandeld in overeenstemming met de bepalingen omtrent archeologische monumentenzorg, zoals opgenomen in de geldende bestemmingsplanbepalingen voor zover deze bepalingen in overeenstemming zijn met deze verordening of soepeler zijn dan de bepalingen in deze verordening;
er sprake is een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3° en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg.
**5..** Voor de toepassing van het bepaalde in de vorige leden wordt het totaal van de bodemingrepen die plaatsvinden binnen een tijdsbestek van 1 jaar dan wel betrekking hebben op hetzelfde kadastrale perceel aangemerkt als bodemingrepen waarvoor het verbod als bedoeld in lid 1 niet van toepassing is.
HOOFDSTUK 2
Artikel 3
Instandhoudingbepaling
Onderdeel van Archeologieverordening gemeente Zundert 2012