Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Aantal ontheffingen en locatie

Onderdeel van Beleidsregel RVV-ontheffingen valet parkeren binnenstad

1.. In de ontheffing wordt de locatie waar mag worden geparkeerd uitdrukkelijk aangegeven. Deze locatie moet zich bevinden rechtstreeks bij de ingang van de publieke gelegenheid en deze moet per auto direct bereikbaar zonder door een (fysieke) geslotenverklaring (poller) en/of in voor motorvoertuigen niet toegankelijk gebied te moeten rijden. 2.. Bij het bepalen van de locatie waar de ontheffing mag worden gebruikt, wordt ook meegenomen dat door het gebruik van de ontheffing: geen naastgelegen en tegenovergelegen woningen en bedrijven worden gehinderd; de doorgang en de veiligheid van het overige verkeer wordt belemmerd; vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen ongewenste situatie wordt gecreëerd. 3.. Het aantal te verstrekken RVV-ontheffingen per aanvrager wordt bepaald door de beschikbare ruimte voor parkeren nabij de ingang van de accommodatie en is maximaal vijf per locatie. Er wordt maximaal één ontheffing meer verstrekt dan dat er ruimte is, zodat er één auto kan staan, terwijl een andere auto onderweg is. 4.. Een ontheffing kan alleen worden verleend voor een locatie binnen een gebied waar de snelheid maximaal 30 km/uur is; sprake is van geringe verkeersintensiteit; het wegprofiel van een acceptabele breedte is (minimaal 5 meter breed); vrije doorgang voor de hulpdiensten gewaarborgd is.

Rechtspraak bij dit artikel