De veroorzaker van de hinderactiviteit wordt in een vroeg stadium ingelicht over het bouwhinderbeleid van de gemeente Groningen. Dit gebeurt bij het loket en via de website van de gemeente. Belangrijk aspect hierbij is communicatie met de buurt. In welke mate mensen hinder ervaren blijkt voor een groot deel af te nemen op het moment dat er voldoende wordt gecommuniceerd over de vorm van hinder, de periode en de tijdsduur van de hinder.
Algemene informatie over het bouwhinderbeleid van gemeente Groningen wordt gepubliceerd op de website van gemeente Groningen. Daarnaast wordt tijdens het vooroverleg met de veroorzaker overlegd of er mogelijk sprake is van hinder, hierbij kan gebruik worden gemaakt van bijlage III en IV.
De inspecteur die de controle op de bouw- of sloopwerkzaamheden uitvoert, toetst de aanvraag inclusief de motivering. Eventueel bespreekt de inspecteur de hinderaspecten met de aannemer tijdens het bespreken van het bouwveiligheidsplan. Aan de hand van de vragenlijst van bijlage III wordt getoetst of de activiteiten mogelijk leiden tot hinder.
Wanneer uit de vragenlijst naar voren komt dat de bouw- of sloopwerkzaamheden kunnen leiden tot geluidshinder wordt er met behulp van bijlage IV een schatting gemaakt van de mate van hinder. Wanneer uit de tabel van bijlage IV volgt dat de werkelijke afstand groter is dan de gegeven afstanden bij 60dB(A), dan is er zeer waarschijnlijk geen sprake van hinder. Er hoeft dan ook geen ontheffing te worden aangevraagd. Artikel 4.5 van de APVG en de Zondagswet blijven van toepassing. Wanneer uit bijlage IV blijkt dat de afstand kleiner is dan de gegeven afstand bij 60dB(A) wordt gekeken naar de ontheffingsmogelijkheden in paragraaf 4.4.
Een ontheffing wordt geweigerd wanneer niet wordt voldaan aan één of meer van deze voorwaarden.
Bij elkaar opvolgende hinderperioden veroorzaakt door verschillende soorten werkzaamheden wordt voor de hinderperiode de optelling van die verschillende periode aangehouden. Hinderperiodes worden niet meer bij elkaar opgeteld wanneer er een onderbreking plaatsvindt van minimaal 3 maanden.
Bij impulsachtige geluiden (o.a. heien) geldt voor alle bovenstaande niveaus een straffactor (impulstoeslag) van 5dB(A). Dit betekent dat een 5 dB(A) strengere norm volgt.
Als er geluidsbronnen continue op de bouw- en sloopplaatsen in bedrijf zijn, zoals grondwaterpompen, is een geluidsnorm van ten hoogste 45 dB(A) en 40 dB(A) voor respectievelijk de avond- en nachtperiode toegestaan. Indien de geluidsnorm wordt overschreden, dient een ontheffing te worden gevraagd.
Artikel Informeren van de veroorzaker
Artikel Informeren van de veroorzaker
Onderdeel van BELEIDSREGELS BOUWHINDER 2013