Behoudens in geval van dringende redenen wordt bij recidive als
bedoeld in artikel 60b van de Wet werk en bijstand de
bestuurlijke boete gedurende de maximaal wettelijk toegestane
periode van drie maanden zonder inachtneming van de beslagvrije
voet verrekend. De verrekening geschiedt vanaf het moment van de
dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.
Lid 1 is eveneens van toepassing op de verrekening van eerder
opgelegde bestuurlijke boetes voor zover op het moment van
verrekening van de bestuurlijke boete die bij recidive is
opgelegd, die eerdere boetes nog niet zijn betaald.
Hoofdstuk
Artikel 18.
Verrekening boete bij recidive
Onderdeel van Handhavings- en maatregelenverordening inkomensvoorzieningen 2013