Indien belanghebbende naar het oordeel van het college
tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de
voorziening in het bestaan dan wel de uit de wet voortvloeiende
verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen
het zich jegens het college zeer ernstig misdragen, wordt
overeenkomstig deze verordening een maatregel opgelegd.
Onder de uit de wet voortvloeiende verplichtingen wordt niet
verstaan de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17, lid1, van de WWB, artikel 13, lid 1, van de Wet IOAW / IOAZ dan
wel
artikel 30c, lid 2 en lid 3, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
3. Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging,
de mate waarin belanghebbende de gedraging kan worden verweten
en de omstandigheden waarin hij verkeert.
Indien belanghebbende zich al eerder schuldig heeft gemaakt aan
maatregelwaardige gedragingen wordt bij de bepaling van de
zwaarte van de maatregel hiermee rekening gehouden.
Hoofdstuk
Artikel 2.
Het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Handhavings- en maatregelenverordening inkomensvoorzieningen 2013