Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 5

Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf en urnenruimte

Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen

1.. Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijke kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan. 2.. Het openen van een graf ter begraving of ter bezorging van as, dan wel het openen van een urnenruimte ter bezorging van as en het daarna sluiten van een graf of een urnenruimte, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden op aanwijzingen van en onder toezicht van de beheerder. 3.. De nabestaanden kunnen symbolische handelingen bij het sluiten van het graf of de urnenruimte zelf verrichten met toestemming en onder toezicht van de beheerder indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder kenbaar hebben gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als een werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen. 4.. Het verstrooien van as vindt plaats op de daartoe op de begraafplaats ingerichte verstrooiingsplaats. De verstrooiing vindt plaats door de beheerder. De nabestaanden kunnen de verstrooiing onder toezicht van de beheerder zelf verrichten, indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.

Rechtspraak bij dit artikel