**1..** Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor:
het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van
overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders
van de begroting uit te kunnen voeren;
het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals
renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s;
het beperken van de kosten van de leningen en het bereiken van een voldoende
rendement op de uitzettingen;
het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het
beheren van de geldstromen en financiële posities.
**2..** Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de volgende
richtlijnen in acht:
het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt uitsluitend bij financiële
instellingen die officieel onder Nederlands of anderszins EU-toezicht staan en
minimaal een A-rating hebben afgegeven door een erkend ratingbureau, of bij
instellingen aan wiens waardepapier een solvabiliteitseis geldt van 0%;
overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet tegen vastrentende
waarden, dan wel in producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het eind van de
looptijd in tact is;
derivaten worden uitsluitend gebruikt voor het beperken van financiële
risico’s;
voor het aantrekken van financieringen met een looptijd van langer dan 1 jaar
worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen
gevraagd;
overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen of
het verlenen van garanties luiden in euro;
**3..** Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van
financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt het college, indien
mogelijk, zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van
dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële
participaties.
Financieel beleid 3.
Artikel 11.
Financieringsfunctie
Onderdeel van Financiele verordening gemeente Olst-Wijhe 2007