Het is bij de keuze van een plek van belang dat een plek goed is ontsloten en dat buurten niet worden belast met extra verkeersdruk. Een ligging binnen de bebouwde kom op korte afstand van gebiedsontsluitingswegen heeft daarom de voorkeur. Over het algemeen passen de tijdelijke woonvoorzieningen voor EU-arbeidsmigranten niet midden in de woonwijken. Daar zijn het gebruik en het aanzicht van de semipermanente voorzieningen te afwijkend voor ten opzichte van de woonbuurten. Het gevaar bestaat dat de omgeving overlast heeft van een dergelijke woonvoorziening.
Een plek moet op zichzelf verkeersveilig zijn. De woonvoorziening mag niet gevaarlijk dicht aan verkeerswegen of in een bocht van een weg zijn gelegen. De inrichting van het erf moet zo zijn dat de uitgangen van de woonvoorziening niet direct uitkomen op verkeersvoorzieningen.
Bij de aanvraag geeft de aanvrager duidelijk aan hoe de arbeidsmigranten naar Nederland komen en hoe zij van en naar hun werk gaan. Daar is de parkeernorm op gebaseerd.
Er geldt een minimum parkeernorm van 1 parkeerplaats per 4 arbeidsmigranten. Afhankelijk van de vervoerswijze kan het college die norm verhogen.
Hoofdstuk
Artikel 6
Situering, ontsluiting, verkeersveiligheid en parkeergelegenheid
Onderdeel van Ruimtelijke voorwaarden huisvesting EU-arbeidsmigranten in semipermanente voorzieningen