**1..** Voor alle instellingen geldt dat aan de hoogte van bestemmingsreserves en voorzieningen geen maximum is gesteld. De hoogte van reserves moet in redelijke relatie staan tot het totaal aan lasten van de instelling en de voorzieningen moeten een duidelijke relatie hebben tot de verwachte risico’s.
**2..** Indien een organisatie met budgetsubsidie bestemmingsreserves of voorzieningen vormt dan wel in stand houdt, moet bij de subsidieaanvraag een vermogensplan worden gevoegd. In dat plan staat minimaal opgenomen:
Welke bestemmingsreserves/ voorzieningen, met welke oogmerken, gevormd zijn of gevormd worden;
De gewenste maximale omvang per bestemmingsreserve/ voorziening;
De verwachte storting in en/of onttrekking uit iedere bestemmingsreserve/voorziening.
Het college kan daarnaast aanvullende gegevens verlangen. Het vermogensplan wordt al of niet geaccepteerd door het college.
**3..** Aan de organisaties met waarderingssubsidie die getoetst worden, kan het college de relevante jaarstukken, een vermogensplan en eventueel aanvullende stukken vragen ten behoeve van de beoordeling van de stand van de algemene reserve.
Artikel 2.