Naar hoofdinhoud
1.. Aan de medewerkers van  de Gemeente Noordoostpolder met een vast dienstverband van tenminste 40% en wonend in de Gemeente Noordoostpolder of de Gemeente Urk, die een nieuwe fiets wensen aan te schaffen en die voor hun werk bij de Gemeente Noordoostpolder daadwerkelijk op meer dan de helft van hun eigen werkdagen gebruik maken van de fiets voor woon-werkverkeer, kan een renteloze lening worden verstrekt. Vervolgens verstrekt de werkgever aan deze medewerkers een onbelaste fietsvergoeding, die gebruikt dient te worden om de lening af te lossen. In ruil voor die fietsvergoeding zien de medewerkers af van een aantal vrije uren door het inleveren van bovenwettelijke vakantie-uren en vrij opneembare adv-uren. 2.. De basis van de Regeling wordt gevormd door: artikel 4a van de Arbeidsvoorwaardenregeling van de Gemeente Noordoostpolder dat de ambtenaar de mogelijkheid biedt van een aantal verlof-uren af te zien; de artikelen 37 en 107 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001, waarin de werkgever onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid wordt geboden om aan zijn medewerkers een vergoeding van de aanschafkosten van een fiets te verstrekken, welke vergoeding niet tot het loon wordt gerekend. 3.. Aan de Regeling kunnen uitsluitend deelnemen medewerkers met een vast dienstverband op grond van de CAR/UWO van tenminste 40%. Het vaste dienstverband dient verder de hoofdbetrekking van de deelnemer te zijn, dat wil zeggen hij heeft niet elders een betrekking van meer dan 40% of een eigen bedrijf of werkt als zelfstandige voor meer dan 40%. Op het moment van beslissing op de aanvraag: moet niet bekend zijn dat het dienstverband van de medewerker uiterlijk aan het eind van het volgende kalenderjaar kan eindigen of dat er voor de werknemer een outplacementtraject in gang wordt gezet; is de werknemer niet langer dan een maand aaneengesloten arbeidsongeschikt of om andere redenen niet aan het werk; is de werknemer niet gedetacheerd bij een andere instelling of een ander bedrijf noch wordt een dergelijke detachering binnen een jaar verwacht. 4.. In artikel 6 van deze regeling staat beschreven aan welke voorwaarden de aanschaf van de nieuwe fiets met toebehoren moet voldoen. De bestelling is eenmalig en compleet. Nabestellingen worden niet in behandeling genomen. Onderdelen die niet aantoonbaar dienstig zijn aan het woon-werkverkeer vallen niet onder de regeling. 5.. De werknemer kan eens in de drie kalenderjaren aan de Regeling deelnemen. Nadat de feitelijke aanschaf van een nieuwe fiets krachtens deze Regeling op enig moment heeft plaatsgevonden en is gefaciliteerd, kan de betreffende werknemer dus op zijn vroegst drie jaar later weer van de Regeling gebruik maken. Bepalend is het moment waarop de nieuwe fiets blijkens de originele aankoopnota is gekocht. 6.. Medewerkers die op enigerleiwijze een vergoeding voor woon-werkverkeer ontvangen, kunnen uitsluitend aan de regeling deelnemen, als zij gedurende 36 maanden afzien van de vergoeding voor woon-werkverkeer. 7.. Aanvragen in een lopend kalenderjaar kunnen uiterlijk ingediend worden tot en met oktober van dat jaar. Dit om ruim voor het einde van het lopende jaar de aanvraag nog te kunnen afhandelen en om de eventuele inlevering van ruiluren in het lopende kalenderjaar nog te kunnen realiseren. 8.. De Regeling is uitsluitend van toepassing op aanvragen tot het faciliteren van de koop van een nieuwe fiets, waarvan de daadwerkelijke aanschaf nog niet heeft plaatsgevonden voor de datum van inwerkingtreding van de Regeling. 9.. De Regeling kan tussentijds worden aangepast of ingetrokken indien wijziging van de fiscale, de rechtspositionele of de budgettaire kaders daartoe dwingt. Het niet verlengen of tussentijds aanpassen of intrekken van de Regeling zal geen nadelige gevolgen hebben voor degenen aan wie voor de datum waarop dat plaatsvindt reeds faciliteiten in het kader van deze Regeling zijn toegekend. Dit is slechts anders indien wettelijke bepalingen (met name de belastingwetgeving) of rechterlijke uitspraken onverkorte toekenning van de faciliteiten onmogelijk maken. 10.. De Regeling kan slechts worden toegepast indien de werknemer een nieuwe fiets heeft gekocht nadat de manager en de directeur positief hebben beslist op een aanvraag van de werknemer voor het verkrijgen van faciliteiten voor de aanschaf van een nieuwe fiets. Het staat de werknemer vrij om na ontvangst van de beslissing de nieuwe fiets direct te kopen en te betalen dan wel om daarmee te wachten totdat hij de renteloze lening daadwerkelijk heeft ontvangen. 11.. De werknemer is verplicht om binnen vier weken nadat hij de renteloze lening daadwerkelijk heeft ontvangen, de originele op naam gestelde, aankoopnota van de door hem aangeschafte fiets te overleggen aan cluster BMO/Salarisadministratie. De aankoopnota dient uitsluitend op naam van de werknemer zelf te zijn gesteld (en dus niet op die van zijn partner en ook niet op beider naam). De werknemer ontvangt de originele aankoopnota terug nadat cluster S&O/Salarisadministratie deze heeft geverifieerd en daarvan kopieën heeft gemaakt. Indien de originele aankoopnota niet binnen de genoemde termijn wordt overgelegd, kan de reeds verstrekte renteloze lening in een keer op het eerstvolgende netto salaris worden ingehouden. 12.. De Regeling is alleen van toepassing op een nieuwe fiets die is gekocht bij een bij de Kamer van Koophandel ingeschreven erkende rijwielhandelaar. 13.. De werknemer mag de nieuwe fiets gedurende 36 maanden na de aankoop ervan niet verkopen of anderszins vervreemden. 14.. De gemeente aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid ten aanzien van de met gebruikmaking van de Regeling gekochte fiets.

Rechtspraak bij dit artikel