Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 19

– Aflossing geldlening

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand Nijkerk 2008

1.. De geldlening als bedoeld in artikel 48 lid 2 sub a WWB (op korte termijn beschikken over voldoende middelen) en artikel 52 WWB (voorschot) wordt direct in zijn geheel afgelost als de belanghebbende over de middelen kan beschikken. 2.. De geldlening als bedoeld in artikel 48 lid 2 sub b WWB (ongenoegzaam besef van verantwoordelijkheid), artikel 48 lid 2 sub c WWB (waarborgsom), artikel 48 lid 2 sub d (lening voor schulden) en artikel 51 WWB (duurzame gebruiksgoederen) wordt maandelijks afgelost conform lid 3 en 4. 3.. De hoogte van de aflossing van de verstrekte leningen wordt vastgesteld op : 6% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief de van toepassing zijnde toeslag; 10% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief de van toepassing zijnde toeslag, als de bijstandsverlening het gevolg is van en tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan; 1/3 deel van de van toepassing zijnde norm (artikel 23 lid 1 WWB) bij verblijf in een inrichting. 4.. De aflossing als bedoeld in het derde lid wordt verhoogd met 50% van het inkomen, voor zover deze hoger zijn dan de voor betrokkene geldende bijstandsnorm inclusief de van toepassing zijnde toeslag. 5.. In geval van bijstandsverstrekking wordt de aflossing met de bijstand verrekend. Indien er geen of onvoldoende bijstand wordt toegekend voor verrekening wordt de aflossing door belanghebbende zelf overgemaakt. 6.. Het vastgestelde aflossingsbedrag wordt herzien, als een wijziging in de omstandigheden van belanghebbende daartoe aanleiding geven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel