**1..** De geldlening als bedoeld in artikel 48 lid 2 sub a WWB (op korte termijn beschikken over voldoende middelen) en artikel 52 WWB (voorschot) wordt direct in zijn geheel afgelost als de belanghebbende over de middelen kan beschikken.
**2..** De geldlening als bedoeld in artikel 48 lid 2 sub b WWB (ongenoegzaam besef van verantwoordelijkheid), artikel 48 lid 2 sub c WWB (waarborgsom), artikel 48 lid 2 sub d (lening voor schulden) en artikel 51 WWB (duurzame gebruiksgoederen) wordt maandelijks afgelost conform lid 3 en 4.
**3..** De hoogte van de aflossing van de verstrekte leningen wordt vastgesteld op :
6% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief de van toepassing zijnde toeslag;
10% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief de van toepassing zijnde toeslag, als de bijstandsverlening het gevolg is van en tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;
1/3 deel van de van toepassing zijnde norm (artikel 23 lid 1 WWB) bij verblijf in een inrichting.
**4..** De aflossing als bedoeld in het derde lid wordt verhoogd met 50% van het inkomen, voor zover deze hoger zijn dan de voor betrokkene geldende bijstandsnorm inclusief de van toepassing zijnde toeslag.
**5..** In geval van bijstandsverstrekking wordt de aflossing met de bijstand verrekend. Indien er geen of onvoldoende bijstand wordt toegekend voor verrekening wordt de aflossing door belanghebbende zelf overgemaakt.
**6..** Het vastgestelde aflossingsbedrag wordt herzien, als een wijziging in de omstandigheden van belanghebbende daartoe aanleiding geven.
Hoofdstuk 5
Artikel 19
– Aflossing geldlening
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand Nijkerk 2008