Aan het raadslid worden de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte kosten in
verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van
een beslissing van het gemeentebestuur vergoed.
De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:
bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een
volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
reiskosten;
bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in
redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het
bepaalde in artikel 4, onderdeel b van de Regeling rechtspositie
wethouders.