Naar hoofdinhoud
De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk twee kalendermaanden na de op het aan-slagbiljet vermelde dagtekening. 2. In afwijking van het eerste lid kunnen op verzoek van de belastingplichtige de aanslagen worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste twee bedraagt en maximaal 10, indien aan het navolgende wordt voldaan: a  het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen reinigingsheffingen of andere belastingen moet minder zijn dan € 6.000,--; b de verschuldigde bedragen moeten door middel van automatische betalingsincasso van de betaalre¬kening van de belastingschuldige kunnen worden afge¬schreven. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De in artikel 7 tweede lid bedoelde gedagtekende kennisgevingen moeten worden betaald a. ingeval van uit¬reiking van de kennisgeving: op het tijdstip van uitreiking; b. ingeval van toe¬zending van de kennisgeving: binnen vijf dagen na de dagtekening. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel