Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Maatstaf van heffing en belastingtarief

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van een forensenbelasting 2013

1. De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt, voor het kalenderjaar waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld. 2. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken. 3. In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde. 4. De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken artikel 16, onderdeel e, niet wordt toegepast. 5. De belasting bedraagt bij een waarde van: Minder dan € 20.000  € 169,80 € 20.000 of meer doch minder dan €  40.000  € 233,00 € 40.000 of meer doch minder dan €  80.000  € 310,00 € 80.000 of meer € 705,60

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel