Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Verruimde kwijtschelding

Onderdeel van Kwijtscheldingsregeling gemeente Losser 2013

Bij de invordering van de onroerende-zaakbelastingen, de rioolheffing, de afvalstoffenheffing en de hondenbelasting voor de eerste hond,vindt ten aanzien van kwijtschelding het bepaalde in hoofdstuk 2, artikel 16 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 toepassing met dien verstande, dat de kosten van bestaan als bedoeld in artikel 16 van de genoemde uitvoeringsregeling, worden vastgesteld op 100 percent van de genormeerde bijstanduitkering. 1. Bij de kwijtschelding van van de in het eerste lid genoemde belastingen wordt voor echtgenoten, voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder, die 65 jaar of ouder zijn, het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan gesteld op 100% percent van de toepasselijke netto AOW-bedragen, berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 1a van de Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelastingen. 2. Bij de kwijtschelding van de in het eerste lid genoemde belastingen worden overeenkomstig het bepaalde in artikel 28, lid 3, van de Uitvoeringsregeling als uitgaven mede in aanmerking genomen de netto kosten van kinderopvang. 3. Ter beoordeling van de aanvraag om kwijtschelding vindt een toets plaats aan de hand van hetgeen bepaald is in artikel 12 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. 4. Aan een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent wordt alleen kwijtschelding verleend voor de privébelastingen, d.w.z. voor die belastingen die worden geheven voor de woning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel