Indien de dagelijkse werktijd van de ambtenaar op de dag waarop overwerk
moet worden verricht met tenminste twee overwerkuren wordt verlengd en
het naar het oordeel van de leidinggevende in het belang van de dienst
is, dat de ambtenaar de maaltijd op de hiervoor bestemde tijd op een andere
dan de voor hem gebruikelijke plaats nuttigt, wordt hem een vergoeding
toegekend.
De vergoeding bedoeld in het eerste lid is gelijk aan de vergoeding dinercomponent
als omschreven in artikel
15:1:22:3, derde lid, sub b, en wordt aan de ambtenaar uitbetaald
indien deze blijkens een bewijsstuk kan aantonen dat de maaltijd in een
daarvoor bestemde gelegenheid is genoten dan wel betaald.