Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3:3:1:3

Afbouwtoelage

Onderdeel van CAR/UWO

Aan de ambtenaar wiens bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in de artikelen 3:3:1:1, 3:3:1:2 en 3:1:1:6a een blijvende verlaging ondergaat, wordt door burgemeester en wethouders een aflopende toelage toegekend, indien: die blijvende verlaging tenminste 3% bedraagt van de som van het salaris en de toelagen bedoeld in artikel 3:7:8 van de Car/Uwo; de ambtenaar de toelage, als bedoeld in de artikelen 3:3:1:1, 3:3:1:2 en 3:1:1:6a direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende tenminste 2 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. Voor de toepassing van het voorgaande lid wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden. De termijn waarover de afbouw plaatsvindt, duurt de helft van de termijn waarbinnen de toelage is genoten met een maximum van 4 jaar. Er wordt afgerond op hele jaren in het voordeel van de medewerker. De afbouw wordt gelijkmatig over de afbouwtermijn verdeeld. De afbouwtermijn die met inachtneming van het vorige lid is bepaald, wordt in vier gelijke delen verdeeld. Vervolgens wordt de vergoeding over de vier delen respectievelijk voor 100%, 75%, 50% en 25% uitbetaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel