Belanghebbende heeft niet de mogelijkheid om te kiezen voor een persoonsgebonden budget als er overwegende bezwaren zijn als bedoeld in artikel 6 van de wet.
Daarvan is in ieder geval sprake als zich één van de volgende situatie voordoet:
Belanghebbende heeft zich in de periode van twee jaar voorafgaand aan de aanvraag niet gehouden aan – bij eerdere verstrekking van een persoonsgebonden budget- opgelegde verplichtingen;
Belanghebbende zit in een financieel hulpverleningstraject of zou daarvoor in aanmerking kunnen komen;
Er zijn gegronde redenen om aan te nemen dat belanghebbende zelf niet in staat is tot een verantwoord beheer en een verantwoorde besteding, en er is geen ondersteuning beschikbaar van een partner, wettelijk vertegenwoordiger, bewindvoerder of mentor;
Belanghebbende heeft het eerder verstrekte persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden niet naar genoegen van het college kunnen verantwoorden of er is sprake van aantoonbare fraude.
Hoofdstuk 6
Artikel 22
Gronden voor weigering van een persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening voorzieningen WMO gemeente Leeuwarden 2013