Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt
overlegd:
een inhoudelijk eindverslag over de realisatie van het project
waaruit tenminste blijkt in welke mate de doelstelling(en) en de
verwachtte effecten van de activiteit behaald zijn;
specificatie en de hierbij behorende bewijzen van de gemaakte kosten
overeenkomstig de ingediende begroting;
benodigde bewijzen ter onderbouwing van de gerealiseerde
werkgelegenheid als bedoeld in artikel 3;
als aanvullende voorwaarde bij de subsidieverlening kan worden
verzocht om een verklaring van een accountant;
bij de behandeling van het verzoek tot definitieve vaststelling van
de subsidie bestaat de mogelijkheid dat overgegaan zal worden tot
een verificatieonderzoek door een door het college van burgemeester
en wethouders aan te wijzen onafhankelijke accountant. Aan de hand
van de resultaten van dat onderzoek wordt vervolgens het definitieve
subsidiebedrag vastgesteld;
de verleningsbeschikking als bedoeld in artikel 5 lid 4.
Het College van burgemeester en wethouders neemt een besluit tot
vaststelling van de subsidie uiterlijk twaalf weken nadat de
aanvraag tot vaststelling is ingediend. Het besluit geeft aanspraak
op betaling van het vastgestelde bedrag.
Indien binnen één jaar na de in de verleningsbeschikking genoemde
einddatum van het project geen aanvraag tot vaststelling is
ingediend, wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld op € 0,00 (zegge
nul euro).