**1..** In afwijking van het bepaalde in artikel 6.1.4., eerste en tweede lid beslissen burgemeester en wethouders op een aanvraag voor een gebruiksvergunning binnen 1 jaar na de dag waarop de aanvraag ontvangen is, als de aanvraag betrekking heeft op een, bij het in werking treden van deze verordening, bestaand bouwwerk met een bestaande, niet gewijzigde, vergunningsplichtige gebruiksactiviteit.
**2..** Burgmeester en wethouders kunnen de beslissing bedoeld in lid 1 voor ten hoogste 26 weken verdagen van het besluit tot verdaging wordt voor de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager.
**3..** Artikel 6.1.4., lid 3 en lid 4 zijn van overeenkomstige toepassing.
**4..** Het in artikel 6.1.1. gestelde verbod geldt niet voor het ongewijzigd in gebruik houden, voor zover dat gebruik vergunningspichtig is, van een bestaand bouwwerk:
gedurende drie maanden na het in werking treden van deze verordening;
voor zover hiervoor een aanvraag om gebruiksvergunning als bedoeld in artikel 6.1.2. is gedaan bij burgemeester en wethouders.
HOOFDSTUK 6 › Paragraaf 1
Artikel 6.1.4.A.
Termijn van beslissing bestaande bouwwerken.
Onderdeel van Bouwverordening 2000