Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 8 › Paragraaf 1

Artikel 8.1.1

Sloopvergunning

Onderdeel van Bouwverordening 2000

1.. Het is verboden bouwwerken, standplaatsen en woonwagens daaronder begrepen, te slopen zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders (sloopvergunning). 2.. De in het eerste lid bedoelde vergunning is niet vereist indien naar redelijke schatting de hoeveelheid sloopafval niet meer zal bedragen dan 10 m3, tenzij het slopen mede betreft het verwijderen van asbest. Voorts is geen vergunning vereist voor het slopen ingevolge een aanschrijving op grond van de Woningwet. Burgemeester en wethouders kunnen aan deze aanschrijving voorwaarden verbinden als bedoeld in het derde lid. 3.. Burgemeester en wethouders verbinden aan de sloopvergunning slechts voorschriften over: de veiligheid tijdens het slopen; de bescherming van nabijgelegen bouwwerken; het scheiden en gescheiden afvoeren van het sloopafval naar een daartoe bestemde bewerkingsinrichting of verwerkingsinrichting die over een vergunning beschikt ingevolge de Wet Milieubeheer tenminste inhoudende een scheiding in een fractie asbest, een fractie gevaarlijk afval en een fractie overig afval; het voor de aanvang van de sloopwerkzaamheden overleggen van de gegevens als bedoeld in artikel 8.1.2, tweede lid, letter c, voor zover deze gegevens niet reeds zijn medegedeeld; 4.. De voorschriften over het sloopafval als bedoeld in het derde lid, onder letter c, kunnen eisen bevatten omtrent het selectief slopen, de fracties waarin wordt gescheiden, de tijdelijke opslag op het sloopterrein, de verpakking van het afval en het gescheiden afvoeren. Burgemeester en wethouders verbinden aan de sloopvergunning voorschriften over het afvoeren van asbest en de termijn waarbinnen dit moet plaatsvinden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel