Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 8 › Paragraaf 4

Artikel 8.4.1

Sloopafval algemeen

Onderdeel van Bouwverordening 2000

1.. Afval dat ontstaat door sloopwerkzaamheden waarvoor geen vergunning krachtens artikel 8.1.1, noch een melding krachtens artikel 8.2.1 is vereist, dient ten minste te worden gescheiden in de navolgende fracties: de als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen van hoofdstuk 17 van de afvalstoffenlijst behorende bij de Regeling Europese afvalstoffenlijst (EURAL;STCR. 17 augustus 2001, nr. 158, blz.9); steenachtig sloopafval, zonder inbegrip van gips; bitumineuze en teerhoudende dakbedekking; met PAKS verontreinigde materialen; asfalt; dakgrind; overig afval. 2.. Het sloopafval, bedoeld in het voorgaande lid, moet worden afgevoerd: naar een inrichting die bevoegd is deze afvalstoffen ter sortering of ter verwerking te ontvangen; of naar een depot voor tijdelijke opslag of overslag dat bevoegd is deze afvalstoffen te ontvangen; of naar een stortplaats, voorzover het niet-herbruikbaar materiaal betreft en voorzover de ontdoener gerechtigd is een merkteken te voeren op grond van de Regeling merkteken niet-herbuikbaar bouw- en sloopafval (Stcrt. 246, 19 december 1996).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel