Als zorggebieden, waarop deze verordening van kracht is, worden
aangewezen:
ruimtelijke ordening en volkshuisvesting voor zover het betreft
plannen ter verbetering van de woonomgeving (niet zijnde
structuurvisies, bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen,
wijzigingsplannen, projectbesluiten en ontheffingen),
volkshuisvestingsplannen, stadsvernieuwings- en
stadsbeheerplannen met dien verstande dat bij de voorbereiding
van bestuursbesluiten ten aanzien van bestemmingsplannen,
projectbesluiten, stadsvernieuwings- en stadsbeheerplannen
belanghebbenden steeds betrokken zullen worden en de in artikel
3, tweede lid genoemde bevoegdheid van burgemeester en
wethouders beperkt blijft tot de vaststelling van de procedure;
openbare werken voor zover betreft verkeerscirculatieplannen,
reconstructieplannen en fietspadenplannen, groen- en
speelvoorzieningen;
kunst en cultuur, sport en recreatie, educatie, jeugd- en
jongerenwerk, ouderenhulp, maatschappelijke hulp- en
dienstverlening, sociaal-cultureel werk, volksgezondheid,
kinderopvang, minimabeleid, mondiale bewustwording, emancipatie
en arbeidsvoorzieningenbeleid;
milieu voor zover betreft milieubeleidsplannen.