**1.** Gedurende de maand waarin het overlijden van de ambtenaar
plaatsvond en de daarop volgende drie maanden behouden de
achterblijvende gezinsleden het gebruik van de dienstwoning
waarin zij met de ambtenaar woonden. Daarvan kan echter worden
afgeweken als het college dat in het belang van de dienst
noodzakelijk acht.
**2.** Indien door de ambtenaar voor het gebruik van de dienstwoning
een vergoeding verschuldigd was, voldoen de achtergebleven
gezinsleden deze over de tijd gedurende welke zij het gebruik
van de woning behouden.