De maatregel wordt toegepast op de bijstandsnorm, tenzij:
aan belanghebbende bijzondere bijstand wordt verleend met toepassing van artikel 12 van de wet, of;
de verwijtbare gedraging van belanghebbende, in relatie met zijn recht op bijzondere bijstand, daartoe aanleiding geeft;
het bijzondere bijstand betreft voor woonkosten en premie arbeidsongeschikt-heidsverzekering aan zelfstandigen die bijstand voor levensonderhoud krachtens het Bbz2004 ontvangen of hebben ontvangen;
De maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt bij voorkeur opgelegd met ingang van
de eerstvolgende kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende bijstandsnorm.
In afwijking van het tweede lid kan de maatregel met terugwerkende kracht worden
opgelegd.
In afwijking van het tweede lid kan, voor zover het zelfstandigen betreft die een
uitkering voor levensonderhoud in de vorm van een geldlening op grond van het
Bbz2004 hebben ontvangen, de maatregel met terugwerkende kracht worden betrokken
bij de definitieve vaststelling van die bijstand.