In de Wwb is al uitgebreid aangegeven welke verplichtingen gelden bij het recht op een uitkering. Wederom uit oogpunt van kenbaarheid en consistentie zijn in het eerste tot en met het derde lid de verplichtingen conform de wet geformuleerd.
Het derde lid legt de verbinding met de Afstemmingsverordening. De Afstemmingsverordening regelt het verlagen van een uitkering indien de uitkeringsgerechtigde niet aan zijn verplichtingen voldoet (afstemming op het gedrag van de uitkeringsgerechtigde). In dat geval kan de uitkering worden verlaagd met een bepaald (relatief hoog) percentage.
Voor personen zonder uitkering, Anw-ers en personen in gesubsidieerde arbeid kan de gemeente de uitkering niet verlagen als reactie op het gedrag van de persoon dat wordt afgekeurd. Daarom is hier de mogelijkheid opgenomen dat in die gevallen de gemeente (een deel van) de kosten die gemaakt zijn kan claimen.
De tegenprestatie, als bedoeld artikel 9, lid 1 onder c van de Wwb en de overeenkomstige artikelen uit de Ioaw en Ioaz, is niet in deze verordening opgenomen. De tegenprestatie is immers geen re-integratie-instrument.
HOOFDSTUK 5
Artikel 5
Verplichtingen van de belanghebbende
Onderdeel van Re-integratieverordening gemeente Doetinchem 2013