Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 2.

Artikel 10.

Inleidend verzoek.

Onderdeel van Referendumverordening Tilburg 2004

1.. Kiesgerechtigden kunnen schriftelijk een inleidend verzoek indienen tot het houden van een referendum over een besluit van de raad. 2.. Het verzoek moet worden gedaan door een aantal kiesgerechtigden, dat tenminste gelijk is aan 0,33% van de kiesgerechtigde inwoners van de gemeente Tilburg ten tijde van de laatst gehouden verkiezing van de leden van de raad. 3.. Onder kiesgerechtigden in de zin van dit artikel worden verstaan: diegenen die op de dag van de indiening van het verzoek op grond van artikel B3 van de Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Tilburg. 4.. In het verzoek wordt aangegeven om welk raadsbesluit het gaat. Het verzoek gaat vergezeld van een handtekening van elke verzoeker, met een opgave van diens naam, adres, leeftijd en woonplaats. 5.. De in het vierde lid bedoelde persoonsgegevens worden geplaatst op daartoe van gemeentewege verstrekte formulieren. 6.. Het verzoek moet binnen drie weken nadat het desbetreffende raadsbesluit is bekend gemaakt bij het college worden ingediend. De bekendmaking vindt plaats door middel van publicatie van de besluitenlijst van de raad op de internetsite van de gemeente Tilburg. 7.. Het inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gevormd door het totale aantal geldige verzoeken tot het houden van een referendum. 8.. Uiterlijk een dag voor de eerstvolgende raadsvergadering na afloop van de in het eerste lid genoemde termijn maakt het college aan de raad bekend of naar zijn mening is voldaan aan de vereisten voor het indienen van een inleidend verzoek. 9.. De raad beslist in de in het vorige lid genoemde raadsvergadering of aan de vereisten voor het indienen van een inleidend verzoek is voldaan en of over het besluit, met inachtneming van de weigeringsgronden uit de artikelen 3 en 4, een referendum kan worden gehouden. De raad kan zijn beslissing eenmaal verdagen tot de eerstvolgende raadsvergadering.

Rechtspraak bij dit artikel