Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 1.

Artikel 7.

Inleidend verzoek.

Onderdeel van Referendumverordening Tilburg 2004

1.. Kiesgerechtigden kunnen schriftelijk een inleidend verzoek indienen tot het houden van een referendum over een voorgenomen besluit van de raad. 2.. Het verzoek moet worden gedaan door een aantal kiesgerechtigden, dat tenminste gelijk is aan 0,33% van de kiesgerechtigde inwoners van de gemeente Tilburg ten tijde van de laatst gehouden verkiezing van de leden van de raad. 3.. Onder kiesgerechtigden in de zin van dit artikel worden verstaan: diegenen die op de dag van de indiening van het verzoek op grond van artikel B3 van de Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Tilburg. 4.. In het verzoek wordt aangegeven om welk voorgenomen raadsbesluit het gaat. Het verzoek gaat vergezeld van een handtekening van elke verzoeker, met een opgave van diens naam, adres, leeftijd en woonplaats. 5.. De in het vierde lid bedoelde persoonsgegevens worden geplaatst op daartoe van gemeentewege verstrekte formulieren. 6.. Het verzoek moet tenminste zeven dagen voor de raadsvergadering, waarvoor het voorgenomen besluit is geagendeerd, bij het college worden ingediend. 7.. Het inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gevormd door het totale aantal geldige verzoeken tot het houden van een referendum. 8.. Uiterlijk op de vrijdag voor de desbetreffende raadsvergadering maakt het college aan de raad bekend of naar zijn mening is voldaan aan de vereisten voor het indienen van een inleidend verzoek. 9.. De raad beslist in de in het zesde lid genoemde raadsvergadering of aan de vereisten voor het indienen van een inleidend verzoek is voldaan en besluit tevens of over het voorgenomen besluit, met inachtneming van de weigeringsgronden uit de artikelen 3 en 4, een referendum kan worden gehouden. De raad kan zijn beslissing eenmaal verdagen tot de eerstvolgende raadsvergadering.

Rechtspraak bij dit artikel