**1..** Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager, met uitzondering van het persoonsgebonden budget bedoeld in artikel 9.
**2..** Verstrekking in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien:
a. de aanvrager deelneemt aan een schuldhulpverleningstraject;
b. de aanvrager handelingsonbekwaam is verklaard;
c. de aanvrager niet beschikt over een vaste woon- of verblijfplaats;
d. de aanvrager niet beschikt over een bank- of girorekening.
e. er ernstige vermoedens bestaan dat de aanvrager problemen zal hebben met het omgaan met een persoonsgebonden budget.
f. er op grond van de progressiviteit van het ziektebeeld de aangevraagde voorziening zo snel weer door een andere voorziening vervangen dient te worden dat deze verstrekking zich daardoor niet leent voor een persoonsgebonden budget.
g. de aanvrager een kind in de groei is, waardoor de aangevraagde voorziening zo snel weer door een andere voorziening vervangen dient te worden dat deze verstrekking zich daardoor niet leent voor een persoonsgebonden budget.
h. er naar het oordeel van het college zwaarwegende financiële argumenten zijn om niet over te gaan tot verstrekking van een persoonsgebonden budget.
**3..** De verantwoording van het persoonsgebonden budget vindt op verzoek van het college plaats na de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar.
**4..** Indien een met een persoonsgebonden budget aangeschaft hulpmiddel binnen de looptijd waarover het persoonsgebonden budget is verstrekt, niet langer wordt gebruikt, of het recht op het persoonsgebonden budget is komen te vervallen, dient dit direct aan het college te worden gemeld.
**5..** Het bedrag van het pgb moet vervolgens naar rato worden terugbetaald, dan wel zal het hulpmiddel in eigendom aan de gemeente dienen te worden overgedragen.
**6..** Bij de verstrekking van een persoonsgebonden budget voor een hulpmiddel kunnen, voor zover van toepassing in de individuele situatie, de volgende voorwaarden worden opgelegd:
- het toegekende bedrag mag alleen worden aangewend voor de aanschaf van een adequate voorziening, al dan niet op basis van een door of namens het college vastgesteld pakket van eisen;
- de gebruiksduur van het met het persoonsgebonden budget aan te schaffen voorziening kan door het college worden vastgesteld op een met een met een naturavoorziening vergelijkbare gebruikstermijn;
- in bijzondere gevallen kan met het persoonsgebonden budget alleen een nieuwe voorziening worden aangeschaft;
- bij gebruikmaking van het persoonsgebonden budget dient een onderhouds- en servicecontract afgesloten te worden met een leverancier voor minimaal de in het beschikking genoemde periode;
- bij aanschaf van een elektrisch verplaatsings- of vervoermiddel geldt de verplichting om een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering (WA) af te sluiten voor de gebruiksperiode van het hulpmiddel;
- bij gebruikmaking langer dan de termijn, waarvoor het persoonsgebonden budget is toegekend, dient het onderhouds- en servicecontract, en de eventuele WA-verzekering voor de verplaatsings- of vervoersvoorziening, te worden verlengd over de feitelijke gebruiksperiode van de voorziening;
- de met het persoonsgebonden budget aan te schaffen hulpmiddelen dienen het GO-en CE-kwaliteitskeurmerk te hebben;
- na aanschaf van de voorziening met het persoonsgebonden budget dient een kopie van de aankoopnota en het betalingsbewijs te worden overgelegd aan het college;
- in geval van overlijden van degene aan wie het persoonsgebonden budget is toegekend en uitbetaald, dienen de erven het bedrag van dit persoonsgebonden budget naar rato terug te betalen of het met het persoonsgebonden budget aangeschafte hulpmiddel in eigendom over te dragen aan de gemeente Epe.
Hoofdstuk 5
Artikel 10
Regels rond verstrekking, verantwoording en terugvordering van het persoonsgebonden budget
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Epe 2013