Naar hoofdinhoud
1.. Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt ten minste jaarlijks (afstemmings-)overleg plaats tussen de accountant en (een vertegenwoordiger van) de raad, (een vertegenwoordiger van) de rekenkamer(functie), (een vertegenwoordiger van) het college, het hoofd van de ambtelijke organisatie en de concern-controller. 2.. De raadscommissie Algemeen Bestuur en Middelen of een specifiek voor dit doel door de raad ingestelde vertegenwoordiging van de raad bespreekt voorafgaand aan de raadsbehandeling van de jaarstukken het verslag van bevindingen met de accountant.

Rechtspraak bij dit artikel