De raadscommissies bestaan uit ten minste één en maximaal drie
raadsleden per fractie, afhankelijk van de grootte van de fractie:
fracties van vijf raadsleden of meer: per raadscommissie
maximaal drie leden uit elke fractie;
fracties van drie of vier leden: per raadscommissie maximaal
twee leden uit elke fractie;
fracties van één of twee leden: per raadscommissie één lid uit
elke fractie.
De commissieleden worden door de raad, op voordracht van de
fractievoorzitters benoemd. Indien gedurende een raadsperiode wisseling
in de bezetting van een raadscommissie plaatsvindt is hiervoor geen
afzonderlijk raadsbesluit vereist, maar kan worden volstaan met een
mededeling door de fractievoorzitter aan de voorzitter van de commissie,
indien en voor zover de wisseling betrekking heeft op zittende
raadsleden of reeds benoemde commissieleden-niet raadsleden, als bedoeld
in artikel 3.
De commissie wijst uit haar midden een voorzitter aan. Alleen zittende
raadsleden komen voor het voorzitterschap van een commissie in
aanmerking.
De voorzitter van de fractie, waarin de aangewezen voorzitter zitting
heeft, mag één extra lid voor de desbetreffende commissie voordragen. In
dat geval heeft de voorzitter geen stem in de commissie.
In geval van verhindering of ontstentenis wordt de voorzitter vervangen
door een door de commissie uit zijn midden aan te wijzen lid, die
zittend raadslid is.
Een commissielid kan tussentijds door de raad worden ontslagen op
voorstel van de voorzitter van de fractie op wiens voordracht het lid is
benoemd.
Hij die ophoudt lid van de raad te zijn, houdt tevens op lid te zijn
van de commissie(s), waarin hij zitting heeft, een en ander onverminderd
het bepaalde in artikel 3. Een lid van een commissie kan te allen tijde
ontslag nemen. Hij geeft daarvan schriftelijk kennis aan de voorzitter
van de commissie.
Paragraaf 1.
Artikel 2.
Samenstelling
Onderdeel van Statuut voor de raadscommissie gemeente Tilburg 2008