Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II.1

Artikel 15.

Artikel 15.

Onderdeel van Subsidieverordening 1998

In de gevallen bedoeld in artikel 4:41 tweede lid van de Awb is de subsidieontvanger aan burgemeester en wethouders een volledige vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd. In de in artikel 4:41 Awb tweede lid sub a en b genoemde gevallen wordt de vermogenstoename vastgesteld op de toename van het vermogen van de aldaar genoemde handelingen. In de in artikel 4:41 Awb tweede lid sub sub c t/m e genoemde gevallen wordt de vermogenstoename vastgesteld door de waarde van het vermogen op het moment van vaststellen van de vergoeding te verminderen met de boekwaarde. Indien het onroerende zaken betreft geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijk deskundige. In het geval de subsidieontvanger, naast de verstrekte subsidie, andere inkomsten heeft, die tevens worden aangewend voor instandhouding van de instelling, stellen burgemeester en wethouders het bedrag als bedoeld in het eerste lid naar evenredigheid vast. Voorts zijn burgemeester en wethouders bevoegd in bijzondere gevallen, anders dan dat in het vijfde lid genoemd, de vergoeding op een lager bedrag vast te stellen dan dat van de volledige vermogenstoename. Van het voornemen tot opheffing van de rechtspersoon casu quo tot beëindiging van de activiteiten dient de instelling schriftelijk bericht te geven aan burgemeester en wethouders. Toestemmingsvereiste.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel