Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.6

Artikel 2.6.2

Aanvraag

Onderdeel van Huisvestingsverordening Nijkerk 2007

1.. De aanvraag voor een urgentieverklaring wordt ingediend bij het college en gaat vergezeld van de gegevens, vermeld in artikel 2.2.2, en de aanvullende gegevens die zijn vermeld in dit artikel. 2.. In de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt gemotiveerd aangegeven: wat de aard is van de persoonlijke problematiek; de relatie van deze problematiek met de huidige woonsituatie; de argumentatie op grond waarvan verhuizing binnen zes maanden absoluut noodzakelijk is. 3.. Bij de aanvraag worden gegevens overgelegd waaruit blijkt dat: de woningzoekende ingezetene is van het gebied; de woningzoekende over zelfstandige woonruimte beschikt in het gebied; er sprake is van een persoonlijke noodsituatie; de noodsituatie is ontstaan buiten eigen schuld en door de woningzoekende niet kon worden voorzien (indien er vrijwillig is gekozen voor het betrekken van een niet passende, een slechte of tijdelijke woning en de woningzoekende is op de hoogte van de gebreken, kan geen urgentie worden verleend); het probleem van de woningzoekende een directe relatie heeft met de huidige woonsituatie; de woningzoekende aantoonbaar eerst zelf naar een oplossing heeft gezocht; (de woningzoekende moet afgelopen half jaar gereageerd hebben op passende woningen. Passend betekent dat de grootte, huurprijs en type van de woonruimte past bij het inkomen en gezinsgrootte van de woningzoekende) de woningzoekende is niet in staat om binnen zes maanden zelf voor passende huisvesting te zorgen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel